? Ov

Moppenarchief

Mop 11
Er zit een klein kereltje in de trein. Tegenover hem zit een boom van een kerel. "Kunt u mij zeggen wanneer deze trein in Breukelen stopt?" vraagt het kleine mannetje. "Deze trein stopt helemaal niet in Breukelen," zegt die grote kerel: "Dit is de sneltrein naar Utrecht, die rijdt het station van Breukelen gewoon voorbij." "Lekker is dat," zegt het mannetje, "ik heb een belangrijke afspraak in Breukelen. Die loop ik nou mooi mis." "Dat hoeft niet," zegt die grote kerel: "Bij het station van Breukelen wil ik je wel aan je kraag buiten het raampje houden, boven het perron. Als jij dan zorgt dat je de snelheid van de trein krijgt, dan laat ik je los." "Zou u dat willen doen?" vraagt het mannetje. "Tuurlijk," zegt de kerel. Zo gezegd zo gedaan. De kerel houdt het mannetje uit het raam bij Breukelen, het mannetje loopt over het perron hard mee en wordt losgelaten. Als de grote kerel in Utrecht uitstapt, ziet hij daar ineens het kleine mannetje weer lopen. "He," zegt hij, "ik had je in Breukelen toch uit de trein gelaten? Wat doe jij nou hier?" "Zal ik je vertellen," zegt het mannetje: "Ik loop in Breukelen over het perron lekker uit te lopen. Zit er in de laatste coupe een vent die denkt dat ik de trein moet halen. En die heeft me d'r weer ingetrokken."
ID: 922
Mop 12
Een man zit 's ochtends vroeg in de trein. Zit er een dinosaurus tegenover hem. De man zit zo lang naar de dinosaurus te staren, dat de dinosaurus vraagt: "Heb ik soms wat van je aan?" "Nee," zegt de man, "maar dat zie je toch niet vaak: een dinosaurus in de trein?" Zegt de dinosaurus: "Zal je niet meer zien ook, want morgen is mijn brommer weer klaar."
ID: 921
Mop 13
Een man gaat met de nachttrein naar de wintersport. In de slaapcoup' komt hij tot de
ontdekking dat hij de ruimte moet delen met een vrouw. Ze stellen zich aan elkaar voor.
De vrouw gaat boven slapen, de man onder. Ze gaan in bed liggen, maar na een kwartier
roept de vrouw: "Buurman, slaapt u al?" "Nee," zegt de man. "Ik heb het nogal koud,"
zegt de vrouw, "wilt u misschien het raampje dicht doen?" "Natuurlijk," zegt de man. Hij
stapt uit bed, doet het raampje dicht en gaat weer liggen. Na een kwartier roept de vrouw:
"Buurman, slaapt u al?" "Nee," zegt de man. "Het wordt nogal benauwd," zegt de vrouw,
"wilt u misschien het raampje weer open doen?" "O.k.'," zegt de man. Hij stapt uit bed,
doet het raampje open en gaat weer liggen. Na een kwartier roept de vrouw: "Buurman,
slaapt u al?" "Nee," zegt de man. "Het begint nu toch weer koud te worden," zegt de
vrouw, "maar ik heb gezien dat daar in het kastje nog een deken ligt. Wilt u die
misschien voor mij pakken?" "We zouden natuurlijk ook net kunnen doen of we getrouwd
zijn," zegt de man. "O, zou u dat willen?" vraagt de vrouw. "Ja hoor," zegt de man.
"Nou, dat lijkt me ook wel fijn," zegt de vrouw. "Mooi," zegt de man: "Ga dan je nest
uit, pak zelf die deken, ga je nest weer in, houd je kop en ga slapen."
ID: 920
Mop 14
Er lopen drie dronken kerels het Centraal Station op. De trein staat op het punt van
vertrek. De stationschef ziet het en slaagt erin twee kerels nog in de trein te duwen. Met
de derde lukt het niet meer. De stationschef maakt zijn excuses: "Sorry, het is me nog net
gelukt om die twee in de trein te krijgen, maar daarna begon de trein te hard te rijden om
jou er nog in te krijgen..." "Geeft niks, hoor," zegt de dronken vent, "ik vind het voor
hen rotter dan voor mij, want zij kwamen mij alleen maar wegbrengen!"
ID: 919
Mop 15
Er zit een man in de trein, die steeds peper en zout uit het raampje naar buiten strooit. De
man die tegenover hem zit, vraagt: "Waarom strooit u toch steeds peper en zout uit het
raam?" "Dat is tegen de leeuwen," zegt de ander. "Maar het zijn hier toch helemaal geen
leeuwen?" zegt de een weer. Zegt de ander: "Zie je wel dat het helpt!"
ID: 918