Mop 16
Een man fietst voortdurend langs Paleis Soestdijk. Op een gegeven moment rijdt hij de oprijlaan op en zet zijn fiets tegen het paleis neer. Meteen wordt hij op zijn nek gesprongen door twee marechaussees. "U moet die fiets daar weghalen," zegt de een. "Waarom?" vraagt de man. "Prins Bernhard komt zo langs," zegt de marechaussee. "Nou En," zegt de man, "hij staat toch op slot?"
ID: 139
Mop 17
Ik liep laatst over de markt van Tilburg. Daar stond een man met een wonderdoosje, waarmee hij alle vuile kleren schoon kreeg. Er kwam een vrouw met een vuil overhemd: vette kraag, spetters erop. De man pakt het aan en zegt: "Hoppe, hoppe, hoppe, Even lekker soppen, Even door de doos En het ruikt weer als een roos." En inderdaad, het overhemd was weer kraakhelder. Toen kwam er een vrouw met sokken aanzetten die je van het vuil rechtop kon zetten. De man pakt ze aan en zegt: "Hoppe, hoppe, hoppe, Even lekker soppen, Even door de doos En het ruikt weer als een roos." Komt er een vriendje van Jacques d'Ancona aanlopen met een gore onderbroek van Jacques. De homo vraagt: "Kunt u dit ook schoon krijgen?" De marktkoopman pakt het slipje aan en zegt: "Hopje, hopje, hopje, Even door een sopje, Even door het doosje En het ruikt weer als een... Hopje, hopje, hopje..."
ID: 138
Mop 18
Paul de Leeuw zit in de sauna. Na een tijdje komt er een olifant naast hem zitten. En die olifant begint te lachen, te lachen, dat het echt irritant wordt. Dus Paul de Leeuw zegt tegen de olifant: "Wat zit je toch te lachen?" Zegt die olifant: "Moet jij daarmee eten?"
ID: 137
Mop 19
Twee mannen staan met elkaar te praten. "En?" vraagt de ene man, "ben je nog op vakantie geweest?" "Nee," zegt de ander: "We wilden dit jaar naar Valkenburg gaan, maar het ging niet door, want alle hotels waren volgeboekt." "Volgeboekt?" zegt de ene man weer: "Dat overkomt mij nooit. Ik bel altijd van tevoren op en dan vraag ik: heeft u nog een kamer voor prins Willem Alexander? Dan zeggen ze altijd: ja. En dan zeg ik weer: nou, prins Willem Alexander komt niet, dus geef mij die kamer dan maar."
ID: 136
Mop 20
John de Wolf gaat met zijn gezin op vakantie, en ze gaan met het vliegtuig. In het vliegtuig mag het zoontje van John de Wolf bij het raampje zitten. Ze vliegen over zee. Het ventje kijkt naar beneden, en zegt: "Kijk pa, daar vaart een boot." John de Wolf kijkt naar beneden en zegt: "Da's geen boot, da's een hovercraft." "Hoe schrijf je dat?" vraagt het zoontje. "O nee," zegt John de Wolf, "het is toch een boot."
ID: 135